terug

 

Onderwijzende schilder Sim Simaro uit Congo exposeert voor het eerst in Nederland

 

ÒJullie kunst is armoedigÓ

 

De Congolese kunstenaar Sim Simaro is in zijn land een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Peinture Populaire, stripachtig werk met een belerende boodschap. ÒHet gaat er niet om een huis mooier te maken met een schilderij. Dat is een beperkt concept.Ó

 

Door Peter Pijls

 

Geconcentreerd werkt Sim Simaro (1952) in zijn atelier van de Vrije Academie aan tien schilderijen tegelijk. Hij maakt ze speciaal voor de tentoonstelling die zaterdag opent in de Haagse galerie Quartiar. ÔPubli Sim SimaroÕ is zijn artiestennaam Ð hij werd geboren als Nsingi Ndosimao Simon in een Congolees dorp. Als hij uitleg geeft over zijn uitbundig figuratieve werk, maakt de ernst plaats voor een jongensachtige vrolijkheid.

 

 

ÔDe hervorming van de sportreglementen wordt toegepastÕ, luidt de titel van een van zijn mooiste doeken. Het toont apen en andere wilde dieren die een voetbalwedstrijd spelen. Gevraagd wat het doek betekent, schiet Simaro in de lach. ÒDe prestatie van de scheidrechter kan niet goed zijn. Hij vergist zich wel eens. Maar het schilderij gaat ook over het dagelijks leven en de politiek. Ook daar is behoefte aan nieuwe regels, maar die worden niet altijd toegepast.Ó

 

Een ander werk toont een Ensor-achtig skelet dat met een prostituee onderhandelt over de prijs. Het is een cabaretesk, luguber tafereel. ÒBehalve lachen en dansen heeft niets mijn belangstelling. Ik betaal met een chequeÓ, zegt het skelet in een tekstballon, Om dit doek moet Sim Simaro schateren, alsof hij het voor het eerst ziet. ÒDat skelet symboliseert de duivelÓ, zegt hij ten overvloede.

 

De evidente, door Congolezen onmiddellijk te begrijpen betekenis van zijn doeken, is exemplarisch voor het werk van Peinture Populaire. Het is met voorsprong de meest populaire kunststroming in de Congolese hoofdstad Kinshasa. Behalve Sim Simaro, zijn nog drie prominente vertegenwoordigers door de Vrije Academie in Den Haag voor een maand naar Nederland gehaald: Mfumu ÔEto, de beeldhouwer Emmanuel Botalatatale en de bekendste vertegenwoordiger van de didactisch figuratieve stroming, Cheri Cherin, die al eerder in Den Haag exposeerde.

 

Corruptie, seks en alledaagse problemen zijn terugkerende motieven in het werk van Peinture Populaire Ð de naam van de stroming werd in 1985 gelanceerd door Bodikanga, president van de Association  Artistique International dÕAfrica (AICA). Het werk staat in de Congolese traditie van de ÔaquaionistesÕ, die meer dan zeventig jaar geleden al narratieve vertellingen verbeeldden op de wanden van huizen. Maar er zijn ook raakvlakken met de uitbundige Afrikaanse reclameborden bij kappers en de lugubere afbeeldingen van tovenaars.

 

Sim Simaro is autodidact, zoals de meeste peintures populaire. Als 15-jarige werd hij door zijn ouders naar Kinshasa gestuurd, om onderwijzer te worden. Maar de vader van vijf kinderen ontwikkelde zich geleidelijk van decorateur en reclameschilder tot gevierd kunstenaar. Zijn status draagt hij met een Afrikaanse flair. Simaro is hoffelijk, maar zelfverzekerd. Zijn wat grove bouw lijkt een sierlijke elegantie nog te benadrukken. Hij praat zachtaardig, maar beslist.   

 

Het gesprek wordt opgenomen met zijn nieuwe videocamera. Sim Simaro neemt plechtig plaats voor de lens. Hij zegt: ÒIk schilder over belangrijke onderwerpen. De dingen die de mensen doen en zeggen en om zich heen zien. Verder behandel ik onderwerpen waarover in ons land niet openlijk gepraat wordt, zoals honger. Veel mensen in Congo hebben niet genoeg te eten, maar dat wordt verdoezeld. Het is een idiotie. Op laag politiek niveau is het een issue, maar hoe dichter bij de president, hoe meer cosmetica. De mensen aan de top hebben het goed. Dus hebben ze geen zin om er over te praten. Dat is triest.Ó

 

Politiek is een veel voorkomend thema in de schilderijen van Sim Simaro. Congo is verwikkeld in een turbulente stembusstrijd. Gevraagd naar zijn commentaar, weidt de schilder uit over de stembusresultaten in de eerste ronde. Maar de vraag was eigenlijk wie zijn favoriete presidentskandidaat is. Hij verschiet. ÒDat is mijn geheim. Het is gevaarlijk om dat hardop te zeggen.Ó

 

Het verklaart waarom Sim Simaro vaak in allegorie‘n schildert. Hij beaamt onmiddellijk dat de dieren in zijn schilderijen eigenlijk mensen zijn. ÒZo kan ik me ook over politieke kwesties uitlaten, zij het indirect. Dan is het ongevaarlijk. Ik kan het me niet veroorloven om politici herkenbaar te schilderen. De persvrijheid in Congo is zeer gelimiteerd. Maar in zekere zin heb ik meer vrijheid dan een journalist. Ik lever mijn commentaar door dierentaferelen te schilderen. De mensen begrijpen het toch wel.Ó

 

ÒWesterse kunst wordt bij ons niet begrepen. Peinture Populaire past beter bij ons volk. Het is kunst die dicht bij de mensen staat.Ó Maar Peinture Populaire wordt niet onderwezen op de Congolese kunstacademies. Daar domineert de academische, op Westerse leest geschoeide kunst. ÒOns werk handelt over het leven in de straat en wordt er ook gemaakt.Ó

 

Moderne kunstenaars in Congo zijn jaloers op het succes van de realistische volksschilders, zegt Simaro. Met genoegen haalt hij het internationale Afrikaanse kunstcongres aan, dat in 1988 plaatsvond in Kinshasa. De begeleidende expositie heette  ÔOveral KunstÕ. Voor het eerst was academisch werk en Peinture Populaire samen te zien.

 

ÒVerder gebeurt dat zelden. Het zijn aparte werelden. En ook op die tentoonstelling was er een aparte ruimte voor moderne kunst en een zaal met onze schilderijen. Niemand ging kijken naar de moderne kunst. Bij ons was het vol. Iedereen werd blij van ons werk. Nu willen steeds meer academisch geschoolde kunstenaars met ons samenwerken. Ze zien dat we succes hebben. Ook in het buitenland. Alleen worden zij niet uitgenodigd om in Europa te exposeren, en ik wel.Ó

 

Eerder exposeerde Sim Simaro in Frankrijk. Ook in Kinshasa gaat het hem voor de wind. Ieder jaar heeft hij wel een expositie en ook in zijn galerie is een doorlopende tentoonstelling. Of anders exposeert hij wel op straat, helemaal in de traditie van Peinture Polulaire. Het zijn vooral blanken die zijn werk kopen, meestal Europese verzamelaars of expats. Een heel enkele keer kopen Congolese of Zuid-Afrikaanse liefhebbers zijn schilderijen.

 

Dat zijn werk vooral aftrek vindt bij ÔblancsÕ, stoort Simaro niet. Gezien wordt het vooral door de arme bevolking van Kinshasa, gratis. Niet alleen om te leren hoe de nieuwe en verbeterde Afrikaanse samenleving er uit moet zien, maar ook om terug te blikken. Het koloniale verleden is een thema in zijn schilderijen. Simaro heeft er een afgewogen oordeel over. Op docerende toon: ÒWe waren een kolonie, dat is een belangrijk deel van onze geschiedschrijving. Naar mijn mening was de kolonisatie niet alleen slecht, maar ook goed. Het heeft Congo gemoderniseerd en opengegooid. Het kolonialisme heeft Congo een internationaal land gemaakt, maar de bevolking heeft veel geleden.Ó

 

Vrouwelijke kunstenaars zijn nauwelijks vertegenwoordigd in Peinture Populaire. Meisjes gaan tegenwoordig wel naar de kunstacademie, volgens Simaro omdat ze dan beter af zijn. Ze krijgen een diploma en maken zo kans op een betrekking. Het is een statusprobleem, zegt hij. Er is nog geen school waar Peinture Populaire wordt onderwezen. Simaro heeft permanent leerlingen, maar dat zijn altijd jongens.

 

Niet gehinderd door westerse opvattingen over kunst, vinden zijn leerlingen het geen probleem dat Sim Simaro zich niet alleen als kunstenaar ziet, maar ook als leraar. De gediplomeerde onderwijzer is via een omweg alsnog thuisgekomen: ÒDoceren is een heel belangrijk aspect van mijn werk. Ik wil een traditie doorgeven. En ik doe aan educatie van het volk. Mijn doel is tweeledig: goede schilderijen maken en een boodschap overdragen. Ik wil zaken uitleggen en verduidelijken, daarom staan er altijd teksten op mijn schilderijen. Dat werkt. Er komen voortdurend mensen naar mijn atelier om naar mijn schilderijen te kijken en de boodschappen te lezen. Soms is het zo druk, dat de deur verstopt raakt. Vervolgens gaan ze in discussie over mijn onderwerpen, of ze schieten gewoon in de lach, want mijn werk is ook bedoeld om te amuseren.Ó

 

ÒVooral als ik exposeer op de muren in de straat, komen er enorm veel mensen. Het is een soort happening. Ik zie het als een gratis tentoonstelling voor het volk van Kinshasa. Het is heel levendig. Van de politie heb ik geen last. Ook de agenten amuseren zich met mijn werk. De minister van Onderwijs en Kunst is naar mijn atelier gekomen. Hij complimenteerde me, moedigde me aan om door te gaan.Ó

 

Sim Simaro is lid van de Association de Peintures Populaire de Congo, die de 26 belangrijkste realistische schilders vertegenwoordigt. President is ChŽride Samba, een rijke kunstenaar die een deel van het jaar in Parijs woont en veel geld doneert aan de Association. Een van de doelen is het oprichten van een academie voor Peinture Populaire. Na een gezamenlijke expositie schreven de kunstenaars een brief aan de minister van Onderwijs en Kunst, met het verzoek de school te subsidi‘ren. De minister stond er niet onwelwillend tegenover, maar door de verkiezingen is het plan even in de ijskast belandt. ÒIk hoop dat we er na de stembusgang over kunnen pratenÓ, zegt Simaro.

 

 

De overtuigde christen is een trouw volgeling van de protestantse zendeling Simon Kimbangu, die in 1921 de Fondation Eglise de Congo oprichtte, een van de talloze kerkgenootschappen in het land. Wat is het credo van Simaro? Vrede, liefde en het vaderland. ÒIk houd van mijn medemens en probeer een goed hart te hebben.Ó 

 

Een van zijn in Den Haag vervaardigde werken toont een overvolle kerk, met een fanatiek prekende pastoor. Voor het altaar staan manden met geld, in een separaat beeldballonnetje wordt de hypocriete seksuele moraal rond AIDS aan de kaak gesteld. Simaro licht toe: ÒVeel priesters in Congo stelen geld van de mensen. Niet alle kerkgenootschappen hebben goede drijfveren. Sommige kerken worden speciaal opgericht om arme, ongeschoolde mensen geld afhandig te maken. Het is exploitatie voor eigen gewin.Ó 

 

Maar ook schildert Simaro op schalkse wijze over wereldse zaken. Sapeurs zijn een terugkeren thema in zijn werk. Sapeurs zijn snelle, goedgeklede jongens die op onduidelijke wijze hun geld verdienen en vaak te vinden zijn in de entourage van Congolese popsterren. ÒIk hou van muziek, mooie kleren en elegantieÓ, verklaar Simaro zijn fascinatie voor deze subcultuur. ÒIk weet niet of sapeurs crimineel zijn. Op MTV zie je ook dansende, goedgeklede mannen. Dat doet me plezier. Ik kijk graag naar mensen die er goed uit zien. Hun privŽleven ken ik niet.Ó

 

Dan doet hij verlegen glimlachend een bekentenis: ÒZelf ben ik ook wel een sapeur. Ik ben populair in Kinshasa. Je zou me de buurtsapeur kunnen noemen. Als ik terugkom uit het buitenland, wil iedereen weten of ik nieuwe kleren heb. De mensen zijn nieuwsgierig. Ze vragen of ik mooie dingen heb meegebracht. Een mobiele telefoon uit Frankrijk, buitenlandse telefoonkaarten. Iedereen is ge•nteresseerd. Uiterlijk is belangrijk in Congo.Ó

 

Als man van god drinkt Simaro nauwelijks alcohol, een enkel wijntje daargelaten. Maar hij danst graag en bezoekt familiefeesten en bruiloften. Naar louche nachtclubs en bars gaat hij niet. Niet omdat het gevaarlijk zou zijn.Voor de kunstenaar is Kinshasa geen onveilige stad. Hij weet waar hij kan gaan en staan en waar niet. Een bodyguard is niet nodig: ÒIk voel me veilig en op mÕn gemak. In huis heb ik niet veel luxe. Ik heb een koelkast en een televisie, maar geen auto of internet. Bij mij in de buurt wonen wel mensen die echt rijk zijn. Daar staat tegenover dat ik en mÕn collegaÕs beroemd raken in Europa. We zijn ontdekt door Europeanen. De kenners weten wie ik ben. Daarom ben ik content met mÕn positie, al wil ik best nog bekender worden.Ó

 

Simaro werkt nauw samen met de andere leden van de Association de Peintures Populaire de Congo. De drie andere Congolese kunstenaars die in Den Haag exposeren, noemt hij zijn vrienden. Van afgunst of competitie heeft hij geen last, Òmaar van de anderen weet ik dat niet.Ó Die focus op het eigen werk staat niet op zich. In westerse kunst is hij niet bijzonder ge•nteresseerd. Het werk in de andere ateliers van de Vrije Academie raakt hem niet. ÒIk doe mijn ding. Ik weet gewoon niet zo veel van jullie kunst. In mijn werk leg ik de mensen uit hoe ze zich moeten gedragen. Het is educatie. Dat is onze manier. In jullie kunst gaat het vooral om schoonheid. Dat is armoedig. Jullie schilderijen behandelen geen kwesties. Het gaat er niet om een huis mooier te maken met een schilderij. Dat is een beperkt concept. Die benadering zegt de mensen bij ons niets.Ó

 

De Achterkant van twee moderne steden: Nairobi & Kinshasa II. Opening zaterdag 9 september om 17.00 uur in galerie Quartair, Toussaintkade 55 Den Haag. In de Vrije Academie  zijn t/m 14 september fotoÕs te zijn van Julius Mwelu (Nairobi) en Kristien Geenen (Kinshasa).