Lars Holmström, Paavo Paunu, Vesa Varrela
Finse kunstenaars
paintings and installations
9 aug – 3 sept 1996
Lars Holmström, Paavo Paunu, Vesa Varrela
Finse kunstenaars
paintings and installations
9 aug – 3 sept 1996
01 Mar – 30 Mar 1996
Installatie ‘Domino’ van Sander Doerbecker (1959).
Onno Schilstra, Haagsche Courant (22-03-1996):
‘In de lege ruimte van Toussaintkade 55 hangt vanaf het plafond een klein dozijn luidsprekers, bevestigd aan staaldraden, vlak boven de betonvloer. De speakers zijn verwerkt in houten cilinders met een diameter van pakweg anderhalve meter en een dikte van ongeveer 40 centimeter. Uit iedere box klinkt aanhoudend en op een fors volume ongeveer dezelfde donkere toon. Ongeveer, want er zijn kleine verschillen en iedere toon verandert langzaam van hoogte. Zo klinkt in de ruimte steeds een ander akkoord, nu eens opgebouwd uit dissonanten, soms in elkaar vallend als een harmonische veelklank. […] Het bijzondere van deze installatie is dat de ruimte als het ware benoemd wordt in geluid. De massale tonen lijken één te worden met de holte, alsof het een grote klankkast is, die het geluid versterkt en moduleert.’
Noorse kunstenaars
Nina B. Johannessen, Helge Jorgensen, Jennifer Lloyd, Lars O Ramberg


jubileum tentoonstelling
leden van Quartair
11 Jan – 10 Feb 1996
Voor Sabrina Lindemann (1967)waren de ontstaansprocessen belangrijk, vandaar dat haar installatie de indruk maakte uit losse fragmenten te bestaan.
Michael van Hoogenhuyze in het Informatieblad:
‘Het gaat er bij haar niet om esthetische vormen te realiseren of een specifieke inhoud over te dragen. Het beste zou je het als volgt kunnen omschrijven: Sabrina is een performance kunstenaar. Maar in plaats van het tonen van de performance richt zij installaties in met de resten. Daardoor verwijzen alle getoonde objecten naar een voorgeschiedenis. Tegelijkertijd ontstaat er een soort leegte omdat de energie die gebruikt is bij de performance inmiddels is verdwenen.’
Hege Nyborg, Michael O’Donnell, Borre Larsen, Yngvar Larsen
Noorse kunstenaars



26 Oct – 02 Dec 1995

Voor het eerst sinds lange tijd liet Maarten Schepers (1957) weer een aantal nieuwe beelden zien (‘Zonder Titel’, 1991, 1993, 1994, 1995) in combinatie met tekeningen. Hij maakte monumentale beelden waarin strak geometrische patronen samenvloeiden. De combinatie van gepolijst staal met organische materialen zoals was en katoen gaven de op het eerste gezicht formele beelden een raadselachtige dimensie.

presentatie atelieruitwisseling
9 Jun – 27 Jun 1995
Presentatie van de resultaten van atelieruitwisseling. Haagse kunstenaars konden zelf te kennen geven dat ze het voor hun artistieke ontwikkeling van belang vonden om een tijdlang in het buitenland te wonen en te werken.
Tanja Smit (1961) had een jaar de beschikking over een atelier in Barcelona (april 1994 – maart 1995). Zij koos voor deze stad vanwege de zeer barokke en gevarieerde architectuur. Het gevoel een vreemdeling te zijn en het afstand nemen van het vertrouwde had een vruchtbare uitwerking op haar werken op papier.
Mark de Weijer (1963) verbleef de zomer van 1994 in IJsland om onderzoek te doen naar het landschap en de manier waarop de bewoners daar hun natuurlijke omgeving beleven. Dit resulteerde in een serie schilderijen van favoriete plekken van een aantal inwoners van IJsland die tesamen met de uitgeschreven teksten van de gesprekken over deze plekken werden geëxposeerd.
Christophe Dumont (1964) kwam eind september 1994 vanuit Straatsburg naar Den Haag, gefascineerd door het Nederlandse vlakke polderlandschap. De lange lijnen van water in sloten, kanalen en rivieren en de volledig horizontale opbouw van het landschap sloten nauw aan bij de dynamische structuur waar hij in zijn beelden naar streeft.
Bijgaand verscheen een vouwblad.
10 Feb – 25 Mar 1995
In de ruimte van de Toussaintkade legde Els de Groot (1940) de contour neer van de plattegrond van het pand waar zij haar atelier had, een gebouw uit de periode van de Nieuwe Zakelijkheid. Zij vulde de houten contour met geelkleurig zand uit de Ardennen. Ze had dat van een reis meegenomen, zoals ze dat steeds deed met de materialen, indrukken, kleuren en vormen die ze naar haar Haagse atelier haalde, om te zijner tijd als ‘ontheemde’ fragmenten binnen haar werk betekenis te laten krijgen.