Stroom | Pim Voorneman

16 Jan – 15 Feb 1997

In een supermarkt kijk je anders naar de dingen dan in een museum of een galerie. De omgeving bepaalt waar je bedacht op bent. Signalen die in een supermarkt naar klanten worden uitgezonden, zijn blindelings te duiden. Maar zo gaat het eigenlijk het grootste deel van de tijd. Thuis, op het werk, maar ook tijdens vakanties kijken we voorgeprogrammeerd. In een bepaalde omgeving springen de dingen in het oog waar we alert op zijn. Het kijken is vervuld van vooroordelen.

De vraag is of in een expositieruimte voor beeldende kunst werkelijk zoveel anders wordt gekeken. Zijn we daar wel in staat onbevangen en onbevooroordeeld te kijken? Zodra een bezoeker een galerie binnenkomt, is hij bedacht op kunst. Doorgaans maken de tentoonstellingsmakers het de bezoekers ook niet al te lastig. De presentatie is erop gericht alle aandacht naar het geƫxposeerde te trekken. Belichting, sokkels en andere dragers staan in dienst van een optimale presentatie van de kunst. Bovendien heeft elke expositieruimte zijn eigen signatuur. We weten ongeveer wat ons te wachten staat.

Pim Voorneman (Den Haag, 1961) houdt zich bezig met het mechanisme van de presentatie in de beeldende kunst. Sinds 1992 heeft hij een reeks tentoonstellingen gemaakt met steeds een tweeledig karakter. Hij laat objecten zien waarvan ondubbelzinnig vaststaat wat ze voorstellen: een sculptuur, een antiek object, een plantenbak of een tegelvloer. Maar de context waarin ze worden gepresenteerd, is allerminst vanzelfsprekend.

Stroom archief